WK wielrennen in Toscane

Aanstaande zondag (29 september) staat de mooiste eendaagse sportwedstrijd van het jaar op het programma: het WK wielrennen op de weg. Decor van handelingen is de weergaloos mooie Italiaanse regio Toscane. Hier ontstond ruim zes eeuwen geleden de Italiaanse renaissance waarin grootmeesters als Dante, Petrarca en Boccaccio tot grote hoogten zijn gestegen. Onder leiding van de bankiersfamilie De’ Medici maakte Toscane in de loop van de 15e eeuw een ongekende bloeitijd door en de vruchten daarvan zijn alom aanwezig in de regio. Naast de wereldberoemde hoofdstad Florence (Firenze) vinden we er de schilderachtige steden Siena, Cortona, Pisa, Volterra en Lucca. Het Toscaanse landschap is onbeschrijflijk mooi, het klimaat is in alle jaargetijden aangenaam door de zachte lucht vanaf Tyrreense Zee en het eten en drinken is in er één woord voortreffelijk.

Italie_Florence_combi

Wat het WK wielrennen ten opzichte van alle andere koersen uniek maakt, is dat de profrenners niet voor hun commerciële ploeg – maar voor hun land uitkomen. Eén dag per jaar zijn veel renners dus elkaars uitdagers in plaats van ploegmakkers. Met name voor Chris Froome, normaal kopman van het SKY team (maar zondag dus die van Groot-Brittannië) zal deze dynamiek even wennen zijn. Immers, zijn ‘steun en toeverlaten’ zoals Richie Porte (Australië), Edvald Boasson Hagen (Noorwegen) en Rigoberto Urán (Colombia) zijn zondag niet zijn meesterknechten maar zijn concurrenten.

Toch speelt het commerciële ploegbelang vaak wel een rol tijdens het WK. Zo moet je niet gek opkijken als de Portugees Rui Costa de andere kant opkijkt als zijn MOVISTAR collega Valverde er in de finale namens Spanje vandoor gaat. Daarnaast is het niet ondenkbaar dat er zondagavond een ‘envelopje met inhoud’ in de hotelkamers van Iglinsky (Kazachstan), Kessiakoff (Zweden), Brajkovic (Slovenië) en Fuglsang (Denemarken) ligt als zij hun ASTANA kopman Nibali (Italië) in het zadel hebben geholpen. Niets menselijks is wielrenners immers vreemd; het maakt het WK elk jaar weer een koers om van te smullen.

De winnaar van het WK mag een jaar lang in alle koersen de felbegeerde ‘regenboogtrui’ aantrekken. Als kleine jongen was ik ervan overtuigd dat ik deze trui ooit zou winnen. Inmiddels moet ik vaststellen dat ik niet verder ben gekomen dan een regenboogpetje, door mij aangeschaft bij een fanshop langs het parcours van het WK in Kopenhagen (2011).

Regenboogtrui

In 2008 was ik zelf in Toscane. Met de hele familie welteverstaan, om het 40-jarig huwelijk van mijn ouders te vieren. Onze uitvalsbasis was een schitterend landhuis in de heuvels nabij de plaats Foiano della Chiana. De met Cipressen omheinde tuin met zwembad was zo groot dat de kinderen (neefje, nichtje en zoonlief) af en toe zoek waren. We bezochten die week diverse plaatsen in Toscane, de één nog mooier dan de ander. Persoonlijk vond ik Siena het mooist en dan het schelpvormige Piazza del Campo in het bijzonder. Hier wordt sinds 1287 ‘IL PALIO’ gehouden, een paardenrace voor waanzinnigen die op volle snelheid, zonder zadel bovendien, onmogelijke bochten moeten nemen. Met mijn vrouw en zus genoot ik van een Toscaanse lunch aan dit plein. Dit bleek overigens een klassieke blunder die veel toeristen maken, want in de straatjes pal achter het plein stonden dezelfde gerechten op het menu maar dan voor de minder dan de helft van de prijs.

SONY DSC

Enfin. Een week gaat snel voorbij, zeker in Toscane. Voor een bezoek aan de plaatsen Volterra en Lucca bleek helaas geen tijd meer, maar ik wist zeker dat ik er eens zou terugkeren. Toen we per auto terugreden naar Nederland kon ik echter niet bevroeden dat ik een week later al weer in Toscane zou zijn, maar dan voor een minder leuke reden. Mijn moeder was in Italië getroffen door een niet ongevaarlijk longvirus dat haar uiteindelijk bijna drie weken in het ziekenhuis van Livorno (geen aanrader) heeft gehouden. Mijn zus en ik vlogen naar Pisa – apart van elkaar – om onze moeder te steunen, maar ook om onze in Livorno bivakkerende vader wat afleiding te geven. Tussen het middag-, en avond bezoekuur van het ziekenhuis deden mijn vader en ik alsnog Lucca aan. En omdat het gelukkig allemaal goed is gekomen met mijn moeder, mag ik mijn bezoek aan deze fraaie ommuurde stad als een ‘geluk bij een ongeluk’ beschouwen.

Terug naar de koers. Het WK start zondagochtend in datzelfde Lucca, op de Piazza dell’Anfiteatro om precies te zijn. De toewijzing van het WK aan Firenze is een eerbetoon aan de veel te vroeg overleden ex-renner Franco Ballerini die hier vandaan komt. De wielrenners moeten zondag 275 kilometer afleggen. Op hoofdlijnen zou je het WK parcours in twee stukken kunnen verdelen. Als eerste is er de lange aanloop van Lucca naar Florence over ruim 100 kilometer. Kort na de start passeert het peloton het plaatsje Collodi. Hier woonde Carlo Lorenzini, de geestelijk vader van Pinocchio die het gelijknamige boek onder het pseudoniem Carlo Collodi schreef. Niet toevallig is deze houten pop, wiens neus groeide als hij loog, de mascotte van dit WK 2013.

Koers zondag

Het tweede deel van de wegwedstrijd betreft tien ronden van ruim 16 kilometer in en om Florence. Dit plaatselijk rondje is bepaald niet misselijk. De klim naar Fiesole is 4.4 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van 5.2%. Bijna boven wacht daar een korte, steile knik in de enige haarspeldbocht. Bovenaan leidt een erg smalle doorgang achter de kerk de afdaling in. Dan is het steil afdalen (13%), tussen de olijfbomen door. Onderaan wacht de renners een haakse bocht van 90 graden. Op 5 kilometer van de finish wacht de scherprechter van het WK parcours: de Via Salvati. Slechts 550 meter lang, maar gemiddeld 11.1% stijgingspercentage en bovenaan eindigt het met een stukje van ruim 18%. Hier zullen explosieve klimmers als Froome en Rodriguez sprinters als Sagan en Degenkolb proberen te lossen. De finishstraat is een lange rechte lijn van bijna twee kilometer, de brede Via Paoli, die halverwege lichtjes daalt. De streep is getrokken voor het Mandela Forum.

Wat eten we in Toscane? Tijdens de hiervoor gememoreerde reis naar Toscane, lunchten mijn vrouw en ik naast Siena ook in Cortona. Deze van oorsprong Etruskische stad in de bergen van de provincie Arezzo is een absolute aanrader in Toscane, bijvoorbeeld op doorreis naar de aangrenzende regio Umbrië. Op het Piazza di Pescheria streken wij neer op het metershoge terras van Ristorante La Loggetta. Ons uitzicht op de Palazzo Communale staat onderstaand afgebeeld. Geloof me, als je daar zit, wil je nooit meer weg. Wat een fenomenale plek is dat.

Cortona

Na een voorgerecht bestaande uit een grote schaal met talrijke Toscaanse heerlijkheden, aten we hier bovendien het lekkerste stuk vlees dat ooit op ons bord verscheen: La Logetta’s versie van de Bistecca alla Fiorentina, op houtskool geroosterd, met verse Italiaanse kruiden.

Wat drinken we erbij zondag? Zo’n keizerlijk stuk vlees verdient natuurlijk een topbegeleider. Ik heb gekozen voor de Brunello di Montalcino, een ‘Denominazione di Origine Controllata e Garantita’ (DOCG), de hoogste Italiaanse kwaliteitsnorm. Allesbehalve goedkoop deze wijn, maar als we het geld in onze zak blíjven houden, gaat die financiële crisis nooit voorbij – nietwaar?

steak+wijn

Voor de echte wijnliefhebbers: meer over dit uitzonderlijke druivennat staat te lezen op deze wiki-pagina http://nl.wikipedia.org/wiki/Brunello_di_Montalcino. De genoemde wijn is ‘gewoon’ in Nederland te koop, bijvoorbeeld via de webwinkel VINOLIO ITALIA http://www.vinolio.nl/winkel.php

Buono, fratelli e sorelle, dat wordt dus genieten zondag. Van het landschap, de koers en de bijbehorende maaltijd. Ik kan haast niet wachten en sluit deze blog af met een interessante quote van regerend wereldkampioen Philippe Gilbert (België) over de 275 af te leggen kilometers in Toscane. “Ik kijk meer in tijd dan in kilometers. Het komende WK wordt een koers van 6.5 uur of meer. Het verschil wordt altijd gemaakt bóven de 6 uur en dat zal op dit WK niet anders zijn”. Ok – bedankt Phil, dat weten we dan ook weer.

Ciao!

Robert DousiPrognose def

Advertenties

Paris by night

De Tour de France 2013 zit er bijna op. Ik heb genoten.

Als je de Top- 10 en de truienwinnaars bekijkt, zou je denken dat er weinig verrassends is gebeurd. Maar wat hebben we een geweldige Tour gezien. Machtige sprints tussen De Grote Vier, de spectaculaire ploegentijdrit, geweldige etappes in de bergen met vele aanvallen, de waaieretappe in het hart van Frankrijk…… het kon niet op. Het opvallende feit dat alle renners goede èn slechte dagen hadden, is een signaal dat de sport schoner aan het worden is. Andere heuglijke conclusie: Nederland telt weer mee als wielernatie.

Bau en Lau

Vrijwel alle Nederlanders hebben aangevallen. Zo vulden Boom, Terpstra, Westra, Poels, Hoogerland en Gesink onze harten met hoop. Mollema en Ten Dam reden in de bergen met de allerbesten mee en de pas 22-jarige Tom Dumoulin heeft zich geweldig laten zien. Deze man gaat grote koersen winnen, let maar op. Voeg daar aan toe dat twee van ’s lands grootste talenten (Kelderman en Slagter) niet eens meededen aan de Tour 2013 en de toekomst ziet er voor ons Hollanders zeer rooskleurig uit.

Het Franse Bureau voor Toerisme hoeft de komende decennia geen euro aan promotie uit te geven. Miljarden mensen hebben met stijgende bewondering naar de helikopterbeelden boven Frankrijk gekeken. Van de Corsicaanse kust, de Provence, de Pyreneeën, Bretagne/ Normandië, het Franse platteland, Mont Ventoux, de bergmeren en de Alpen zelf. Kroon op deze 100ste ereronde door Frankrijk is de etappe van vandaag met start in Versailles en finish in Parijs. Om de bijnaam van de Franse hoofdstad (La Ville Lumière) te onderstrepen, wordt de etappe niet overdag maar in de avond verreden. De finish wordt iets voor tienen verwacht. In tegenstelling tot wat we gewend zijn op de Champs Elysees, keren de renners vanavond niet ter hoogte van de Arc de Triomphe maar rijden er rondjes omheen. Alle gebouwen zijn vanavond natuurlijk schitterend uitgelicht, dat kun je wel aan die Franse haantjes overlaten.

Arc de Triomphe

Het is al weer ruim 20 jaar (!) geleden dat ik voor het laatst in Parijs was, een bezoek aan Euro Disney met vrouw en zoonlief in 2010 niet meegeteld – dat kun je nauwelijks Parijs noemen. In oktober 1992 werd mijn vader 50 jaar. Hij wilde dat vieren met het hele gezin in zijn lievelingsstad. In één weekend werden aangedaan: de Notre Dame, Eiffeltoren, Centre Pompidou, Sacre Coeur/ Montmartre en het Louvre. Een prestatie op zich.

Ik hou van Frankrijk, dat mag inmiddels bekend zijn. Maar vreemd genoeg heb ik niks met Parijs. En dat is niet alleen vanwege het dramatische verkeer of de vele Fransen die er wonen, de belangrijkste twee redenen die een Nederlander normaal opgeeft om de stad te mijden. Voor mij is Parijs gewoon te groot. Er is simpelweg teveel te doen en te zien. Alleen het Louvre al, zoveel moois in zo weinig tijd. Ik word daar onrustig van met als resultaat dat ik nergens echt van kan genieten in Parijs. Zet mij daarentegen in een willekeurig Frans dorp of middelgrote plaats en ik voel me de koning te rijk. Een dorpsplein met een Boulangerie, Patisserie en Charcuterie. Een Hotel de la Poste. De Gendarmerie naast het Hotel de Ville. Een Bar-Tabac. En dan op zoek naar een terras, als het even kan overschaduwd door platanen. Dan ben ik gelukkig. Enfin. Misschien moet ik Parijs nog ’s een kans geven. Het zal er vast wel nog eens van komen. Op veler verzoek nog twee foto’s uit het familiealbum. Mijn liefde voor de Tour zat er al vroeg in. De foto is gemaakt eind juli 1980, zes jaar was ik hier. Joop Zoetemelk had net de Tour de France gewonnen en ik zou rond de milleniumwisseling de volgende Nederlander zijn – dat stond vast.

Robert fiets beide

Als Mark Cavendish vanavond wint, is het zijn 5e zegen op rij in Parijs, een ongekend unicum. De ploegen van Argos-Shimano (Kittel), Lotto-Belisol (Greipel) en Cannondale (Sagan) gaan er alles aan doen dit te voorkomen. Ik hoop uiteraard, tegen beter weten in, dat het een Nederlander lukt om met één finale jump nèt uit de greep van het peloton te blijven. Go Niki Terpstra, Lars Boom of Tom Dumoulin!

Wat eten we op de laatste Tourdag? Niks.

Als ik me bedenk dat de Tour vanavond is afgelopen, word ik op slag depressief. Ik krijg waarschijnlijk toch geen hap door mijn keel van ellende. Bovendien wil ik voor het donker in hogere sferen zijn om niet te hoeven denken aan De Verschrikkelijke Leegte die me de komende dagen te wachten staat. En dan kun je het beste doen met bubbels op een nuchtere maag. Met Prosecco en Cava is absoluut niks mis, maar voor de Koningsprint in een prachtig uitgelicht ‘Paris by Night’ trekken we natuurlijk een echte fles Champagne open.

champagne

Santé et au revoir!

Robert Dousi

PS: ontzettend bedankt voor de honderden leuke reacties die ik op mijn weblog heb mogen ontvangen: telefonisch, per mail, sms, whatsapp, facebook en twitter: het hield niet op. Ik heb de twaalf weblogs over de Tour 2013, de omgeving, eigen herinneringen en foto’s en de wijn-spijs combinaties uit de streek met heel veel plezier gemaakt.
Op naar de volgende ronde: La Vuelta d’Espagna, 24 aug – 15 sept. Tot dan….?

La Route Napoleon

Het is 1 maart 1815. Napoleon Bonaparte keert heimelijk terug op het vasteland van Frankrijk na zijn verbanning naar Elba. De kleine keizer wil optrekken naar Parijs om de macht te heroveren. De logische weg naar de hoofdstad, dwars door het Rhône dal, wordt gemeden omdat het daar wemelt van de Franse troepen. In plaats daarvan neemt Napoleon, met een steeds stijgend aantal getrouwen, de moeilijkere weg over de westkant van de Alpen. Deze weg, de N85 van Antibes naar Grenoble, kennen wij nu als de Route Napoleon. In de nacht van 5 op 6 maart 1815 overnachtte Napoleon met zijn generale staf in Gap, in de herberg van de familie Marchand. Gap is de finishplaats van de etappe die vandaag op het programma staat. Ik ben verliefd op de Route Napoleon. Grasse, Castellane, Sisteron, Corps, La Mure…..heerlijk man.

Route Napoleon

In september 2005 reden mijn vrouw en ik, net vier maanden getrouwd, voor het laatst over de Route Napoleon. Onze vakantiebestemming was een huurhuis in Cogolin aan de Côte d’Azur. Vooraf hadden we ons hotel aan de Route Napoleon geboekt: het mooie Chateau des Herbeys in Chauffayer iets ten noorden van Gap.

Het kasteelhotel was geweldig. Onze hotelkamer leek wel een balzaal, zo enorm groot en hoog was hij. Na een apéritif op onze kamer (in bad om precies te zijn, we hadden nog geen kinderen) genoten we beneden van een voortreffelijk diner. We lezen terug: Salmon en croute avec beurre blanc, Hommard au mousseline froide, Filet des rougets au facon Provençale, Tournedos Rossini et Fromages de la maison. De zalige wijn-spijs combinaties en de klassieke muziek hadden ons in de juiste stemming gebracht voor een romantische nacht. Maar net toen we naar onze kamer wilden gaan, klonk er keiharde muziek. De kasteelzaal naast het restaurant bleek afgehuurd voor een bruiloftsfeest en de dj van dienst was zijn apparatuur aan het testen. Zijn plaatkeuze had niet veel beroerder gekund. Het was de foute hit ‘Boys / Summertime Love’ van Sabrina (….boys, boys, boys! – I’m looking for a good time….). Mijn mannelijke lezers zullen zich deze rondborstige Italiaanse zeker nog voor de geest kunnen halen. In de bijbehorende clip uit 1987 is ze voortdurend in gevecht met haar afzakkende bikini; je moet ervan houden. Enfin, de romantiek had bij ons beide plaatsgemaakt voor de slappe lach en zo rolden we uiteindelijk schaterend ons bed in waar we direct in slaap vielen.

Onderstaand een fragment uit het fotoboek, de hotelrekening, met daarnaast een foto van mijn vrouw Marsha (zoekplaatje) bij het raam van onze kamer.

Rekening

Terug naar de koers. Op dinsdag gaan we warmdraaien voor de finale van de zinderende Tour de France 2013 met een aanloopetappe richting Les Haut-Alpes. Het is een relatief korte rit over 168 kilometer waarin drie cols van de 2e categorie moeten worden beklommen. Ik vind het een mooie rit voor Robert Gesink…..het zou wat zijn zeg! Start in Vaison-La-Romaine, finish in Gap. De laatste 12 kilometer gaan we een spectaculaire afdaling zien met de ritzege als inzet. En over die afdaling naar Gap gesproken: Joseba Beloki kwam hier in 2003 hard ten val waarna Lance Armstrong door het gras moest. Doping of niet, dit was een fraai huzarenstukje van de Amerikaan. Bekijk het filmpje onderaan deze blog nog maar eens!

Woensdag staat er een individuele klimtijdrit over 32 km op het programma langs het meer van Serre-Ponçon. Dit stuwmeer in de Franse Haut-Alpes is het grootste kunstmatige meer van Europa. De dam is 124 meter hoog en 630 meter breed. Na de fabuleuze helikopterbeelden van Corsica, Bretagne en Normandië wordt ook dit weer likkebaarden voor de landschapsfreaks onder de Tourvolgers.

Rivier

Aan dit machtig mooie meer eten we natuurlijk zoetwatervis. Mijn keuze is gevallen op snoekbaars met serranoham, daaroverheen een lauwwarme balsamicosaus, geserveerd met een garnituur van bospeentjes, peultjes en aardappels.

http://www.smulweb.nl/recepten/1050822/Snoekbaars-provence

Voor de wijn maken we een uitstapje naar het continent Afrika. Dat verdienen ze, want de huidige geletruidrager Froome komt uit Kenia en eerder deze Tour reed de Zuidafrikaan Impey ook al in de leiderstrui. Als begeleiding bij de snoekbaars heb ik gekozen voor de Zuidafrikaanse Brampton Unoaked Chardonnay 2012 van wijnmaker Thinus Kruger.

Brampton

Santé!

Robert Dousi

PS: Het filmpje van Armstrong: http://www.youtube.com/watch?v=RtZhG2kWVLY

Aan de Bretonse kust

Vandaag was een rustdag in de Tour de France. De renners zijn per vliegtuig verplaatst naar Bretagne waar ze een dag mochten herstellen van de loodzware Pyreneeën. Ongeveer de helft van het peloton snakte naar een adempauze en is lekker op bed gaan liggen. De andere helft heeft vandaag, geloof het of niet, tientallen –zo niet honderd+ -kilometers gefietst om het ritme vast te houden. Sky-kopman Froome bevestigde afgelopen weekend zijn status als topfavoriet en de Nederlanders konden geweldig goed mee. Contador en Rodriguez vertoonden wat kleerscheurtjes en het BMC duo Evans en Van Garderen viel – net als een half dozijn Fransen- door de mand. Zij zullen zich nu vooral op een ritzege gaan concentreren.

Teletekst

Over Robert Gesink is sinds jaar en dag veel te doen in Nederland. In elk ander land zou hij een veelgeprezen renner zijn. Maar in Nederland kan men het alleen maar hebben over zijn valpartijen en zijn vermeende gebrek aan mentale- en fysieke hardheid. Ik vind dat onterecht. Ja, hij heeft veel pech gehad op cruciale momenten in zijn carrière. Ja, hij heeft zich niet altijd even handig uitgelaten in de media. Maar zijn ploegleiding heeft ook fouten gemaakt, en hoe! Zo is Gesink in 2011 als een van de Tourfavorieten van start gegaan. Hij viel in de eerste week zo hard dat hij gelijk door zijn team uit de koers had moeten worden gehaald. In plaats daarvan lieten ze hem, de ploeg en daarmee heel Nederland een week lang onnodig lijden. Hiermee werd maar 1 doel bereikt: Gesink bevestigde in de ogen van het NL publiek zijn status als “net-niet” renner. Dat had anders gemoeten.

Ander voorbeeld: vraag tien Nederlanders hoe Robert Gesink het in de afgelopen Giro d ’Italia heeft gedaan en alle tien zullen ze zeggen dat hij gefaald heeft. Hadden ze het MIJ gevraagd dan had ik gezegd dat ik van hem genoten heb, vooral in de lange rit naar Ivrea. Zoveel drive, zoveel absolute wil uitstralend om die etappe te winnen. En dan vliegt zijn ketting eraf op een paar kilometer voor de finish! De andere drie koplopers mochten zonder Gesink om de ritzege gaan strijden. Wat een pech, niets aan te doen, maar zijn koersgedrag in het uur daarvoor was hartverwarmend. En dat heb ik onthouden!

Robert Geesink

De onderbuik negerend, hier de feiten op een rij: Robert Gesink won vele jongerenklassementen en diverse etappes, o.a. in de Rondes van België en Zwitserland. Hij was eindwinnaar van de Rondes van Emilia, Oman en California. Zeker laatstgenoemde zege valt niet te onderschatten. Daarnaast eindigde Gesink al vier keer (!) in de Top 10 van een grote Ronde, drie keer in de Vuelta en een keer in de Tour. Vraag alle profwielrenners welke van hun collega’s zeker geen doping hebben gebruikt en vrijwel allemaal zullen ze Gesink in hun lijstje opnemen. Dat zegt ook iets, nietwaar? Last but not least: ik vind het schitterend hoe hij zich afgelopen weekend in de bergen heeft gemanifesteerd. Zelf aanvallen en als het dan niet lukt om weg te blijven je volledig uit de naad werken voor je teamgenoten: zo zien we het graag. Samenvattend: ik roep iedereen op om Robert Gesink te waarderen voor wat hij is: een van de grootste wielrenners van zijn generatie van wie we nog jaren mogen gaan genieten als wij hem daartoe de kans geven. En daarvoor is tijd genoeg want Robert Gesink is geboren op 31 mei 1986 dus hij is pas net 27 jaar!

Terug naar de koers. We zijn aangekomen in de région Bretagne, geboortegrond van Tourlegendes als Louison Bobet en Bernard Hinault. Morgen staat er een mooie rit op het programma. En met ‘mooi’ bedoel ik dan de beelden van omgeving want ik verwacht eerlijk gezegd een oersaaie etappe. Een kopgroepje van een man of drie/vier zal in de laatste 10 km in de kraag worden gegrepen door de sprintploegen. We schrijven op: Omega-Pharma (Cavendish), Argos-Shimano (Kittel) en Lotto-Belisol (Greipel). De rit voert van Saint-Gildas-des-Bois naar Saint-Malo, van zuid naar noord, over 197 winderige kilometers. Onderweg passeren we het militaire opleidingskamp van Coëtquidan, waar cadetten in uniform het peloton zullen begroeten. Als dit in beeld gebracht wordt, zitten die miljoenen Fransen natuurlijk met een harde plasser voor de buis. Chauvinistische charlatans zijn het, die Fransen, maar geef ze ‘s ongelijk. De finishplaats Saint-Malo schijnt bijzonder mooi te zijn met haar eeuwenoude stadswallen. Het stadsdeel aan de binnenkant wordt ‘Intra-Muros’ genoemd. Aan de grote toegangspoort bevindt zich het kasteel, dat nu deels stadhuis en bibliotheek is, maar ook een aantal musea bevat.

Saint Malo

Ik ben benieuwd, maar kan ik niet over meepraten want tot mijn spijt ben ik nog nooit in Bretagne geweest. In de noordwest hoek van Frankrijk ken ik alleen het noordelijker gelegen Normandië waar we in 1985 vergeefs met ons gezin op de boot naar Guernsey stonden te wachten. In plaats van een week vakantie op het Kanaaleiland, werd het werd ‘slechts’ een overnachting in Deauville vanwege het stakende havenpersoneel. Ooit zal ik dit rechtzetten en alsnog de oversteek maken.

Wat eten we in deze westelijke contreien? Op de rustdag maandag hebben we ons keurig gedragen met een ‘Croque Madame’ (dat is een ‘Croque Monsieur’ met een gebakken ei erop) en een grote fles Perrier. Ook omdat we vandaag geld uitgespaard hebben, gaan we ’t er morgen maar eens lekker van nemen…….Zeetong uit Bretagne!

http://www.smulweb.nl/recepten/656733/Zeetong-uit-bretagne

Zeetong_Bretagne

En nu de portemonnee toch open staat: we drinken er een mooie Sancerre bij, Domaine Curot 2011 om precies te zijn, een fraaie Loire wijn. Iets oostelijk gelegen van Bretagne, dat wel, maar vooruit. Hij is in Nederland verkrijgbaar voor EUR 15.99 de fles via onderstaande webwinkel.

http://www.grapy.nl/detail/witte-wijn/frankrijk/sancerre-domaine-curot-4966.html

Wijn Zeetong Bretagne

Cordialement,

Robert Dousi