WK wielrennen in Toscane

Aanstaande zondag (29 september) staat de mooiste eendaagse sportwedstrijd van het jaar op het programma: het WK wielrennen op de weg. Decor van handelingen is de weergaloos mooie Italiaanse regio Toscane. Hier ontstond ruim zes eeuwen geleden de Italiaanse renaissance waarin grootmeesters als Dante, Petrarca en Boccaccio tot grote hoogten zijn gestegen. Onder leiding van de bankiersfamilie De’ Medici maakte Toscane in de loop van de 15e eeuw een ongekende bloeitijd door en de vruchten daarvan zijn alom aanwezig in de regio. Naast de wereldberoemde hoofdstad Florence (Firenze) vinden we er de schilderachtige steden Siena, Cortona, Pisa, Volterra en Lucca. Het Toscaanse landschap is onbeschrijflijk mooi, het klimaat is in alle jaargetijden aangenaam door de zachte lucht vanaf Tyrreense Zee en het eten en drinken is in er één woord voortreffelijk.

Italie_Florence_combi

Wat het WK wielrennen ten opzichte van alle andere koersen uniek maakt, is dat de profrenners niet voor hun commerciële ploeg – maar voor hun land uitkomen. Eén dag per jaar zijn veel renners dus elkaars uitdagers in plaats van ploegmakkers. Met name voor Chris Froome, normaal kopman van het SKY team (maar zondag dus die van Groot-Brittannië) zal deze dynamiek even wennen zijn. Immers, zijn ‘steun en toeverlaten’ zoals Richie Porte (Australië), Edvald Boasson Hagen (Noorwegen) en Rigoberto Urán (Colombia) zijn zondag niet zijn meesterknechten maar zijn concurrenten.

Toch speelt het commerciële ploegbelang vaak wel een rol tijdens het WK. Zo moet je niet gek opkijken als de Portugees Rui Costa de andere kant opkijkt als zijn MOVISTAR collega Valverde er in de finale namens Spanje vandoor gaat. Daarnaast is het niet ondenkbaar dat er zondagavond een ‘envelopje met inhoud’ in de hotelkamers van Iglinsky (Kazachstan), Kessiakoff (Zweden), Brajkovic (Slovenië) en Fuglsang (Denemarken) ligt als zij hun ASTANA kopman Nibali (Italië) in het zadel hebben geholpen. Niets menselijks is wielrenners immers vreemd; het maakt het WK elk jaar weer een koers om van te smullen.

De winnaar van het WK mag een jaar lang in alle koersen de felbegeerde ‘regenboogtrui’ aantrekken. Als kleine jongen was ik ervan overtuigd dat ik deze trui ooit zou winnen. Inmiddels moet ik vaststellen dat ik niet verder ben gekomen dan een regenboogpetje, door mij aangeschaft bij een fanshop langs het parcours van het WK in Kopenhagen (2011).

Regenboogtrui

In 2008 was ik zelf in Toscane. Met de hele familie welteverstaan, om het 40-jarig huwelijk van mijn ouders te vieren. Onze uitvalsbasis was een schitterend landhuis in de heuvels nabij de plaats Foiano della Chiana. De met Cipressen omheinde tuin met zwembad was zo groot dat de kinderen (neefje, nichtje en zoonlief) af en toe zoek waren. We bezochten die week diverse plaatsen in Toscane, de één nog mooier dan de ander. Persoonlijk vond ik Siena het mooist en dan het schelpvormige Piazza del Campo in het bijzonder. Hier wordt sinds 1287 ‘IL PALIO’ gehouden, een paardenrace voor waanzinnigen die op volle snelheid, zonder zadel bovendien, onmogelijke bochten moeten nemen. Met mijn vrouw en zus genoot ik van een Toscaanse lunch aan dit plein. Dit bleek overigens een klassieke blunder die veel toeristen maken, want in de straatjes pal achter het plein stonden dezelfde gerechten op het menu maar dan voor de minder dan de helft van de prijs.

SONY DSC

Enfin. Een week gaat snel voorbij, zeker in Toscane. Voor een bezoek aan de plaatsen Volterra en Lucca bleek helaas geen tijd meer, maar ik wist zeker dat ik er eens zou terugkeren. Toen we per auto terugreden naar Nederland kon ik echter niet bevroeden dat ik een week later al weer in Toscane zou zijn, maar dan voor een minder leuke reden. Mijn moeder was in Italië getroffen door een niet ongevaarlijk longvirus dat haar uiteindelijk bijna drie weken in het ziekenhuis van Livorno (geen aanrader) heeft gehouden. Mijn zus en ik vlogen naar Pisa – apart van elkaar – om onze moeder te steunen, maar ook om onze in Livorno bivakkerende vader wat afleiding te geven. Tussen het middag-, en avond bezoekuur van het ziekenhuis deden mijn vader en ik alsnog Lucca aan. En omdat het gelukkig allemaal goed is gekomen met mijn moeder, mag ik mijn bezoek aan deze fraaie ommuurde stad als een ‘geluk bij een ongeluk’ beschouwen.

Terug naar de koers. Het WK start zondagochtend in datzelfde Lucca, op de Piazza dell’Anfiteatro om precies te zijn. De toewijzing van het WK aan Firenze is een eerbetoon aan de veel te vroeg overleden ex-renner Franco Ballerini die hier vandaan komt. De wielrenners moeten zondag 275 kilometer afleggen. Op hoofdlijnen zou je het WK parcours in twee stukken kunnen verdelen. Als eerste is er de lange aanloop van Lucca naar Florence over ruim 100 kilometer. Kort na de start passeert het peloton het plaatsje Collodi. Hier woonde Carlo Lorenzini, de geestelijk vader van Pinocchio die het gelijknamige boek onder het pseudoniem Carlo Collodi schreef. Niet toevallig is deze houten pop, wiens neus groeide als hij loog, de mascotte van dit WK 2013.

Koers zondag

Het tweede deel van de wegwedstrijd betreft tien ronden van ruim 16 kilometer in en om Florence. Dit plaatselijk rondje is bepaald niet misselijk. De klim naar Fiesole is 4.4 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van 5.2%. Bijna boven wacht daar een korte, steile knik in de enige haarspeldbocht. Bovenaan leidt een erg smalle doorgang achter de kerk de afdaling in. Dan is het steil afdalen (13%), tussen de olijfbomen door. Onderaan wacht de renners een haakse bocht van 90 graden. Op 5 kilometer van de finish wacht de scherprechter van het WK parcours: de Via Salvati. Slechts 550 meter lang, maar gemiddeld 11.1% stijgingspercentage en bovenaan eindigt het met een stukje van ruim 18%. Hier zullen explosieve klimmers als Froome en Rodriguez sprinters als Sagan en Degenkolb proberen te lossen. De finishstraat is een lange rechte lijn van bijna twee kilometer, de brede Via Paoli, die halverwege lichtjes daalt. De streep is getrokken voor het Mandela Forum.

Wat eten we in Toscane? Tijdens de hiervoor gememoreerde reis naar Toscane, lunchten mijn vrouw en ik naast Siena ook in Cortona. Deze van oorsprong Etruskische stad in de bergen van de provincie Arezzo is een absolute aanrader in Toscane, bijvoorbeeld op doorreis naar de aangrenzende regio Umbrië. Op het Piazza di Pescheria streken wij neer op het metershoge terras van Ristorante La Loggetta. Ons uitzicht op de Palazzo Communale staat onderstaand afgebeeld. Geloof me, als je daar zit, wil je nooit meer weg. Wat een fenomenale plek is dat.

Cortona

Na een voorgerecht bestaande uit een grote schaal met talrijke Toscaanse heerlijkheden, aten we hier bovendien het lekkerste stuk vlees dat ooit op ons bord verscheen: La Logetta’s versie van de Bistecca alla Fiorentina, op houtskool geroosterd, met verse Italiaanse kruiden.

Wat drinken we erbij zondag? Zo’n keizerlijk stuk vlees verdient natuurlijk een topbegeleider. Ik heb gekozen voor de Brunello di Montalcino, een ‘Denominazione di Origine Controllata e Garantita’ (DOCG), de hoogste Italiaanse kwaliteitsnorm. Allesbehalve goedkoop deze wijn, maar als we het geld in onze zak blíjven houden, gaat die financiële crisis nooit voorbij – nietwaar?

steak+wijn

Voor de echte wijnliefhebbers: meer over dit uitzonderlijke druivennat staat te lezen op deze wiki-pagina http://nl.wikipedia.org/wiki/Brunello_di_Montalcino. De genoemde wijn is ‘gewoon’ in Nederland te koop, bijvoorbeeld via de webwinkel VINOLIO ITALIA http://www.vinolio.nl/winkel.php

Buono, fratelli e sorelle, dat wordt dus genieten zondag. Van het landschap, de koers en de bijbehorende maaltijd. Ik kan haast niet wachten en sluit deze blog af met een interessante quote van regerend wereldkampioen Philippe Gilbert (België) over de 275 af te leggen kilometers in Toscane. “Ik kijk meer in tijd dan in kilometers. Het komende WK wordt een koers van 6.5 uur of meer. Het verschil wordt altijd gemaakt bóven de 6 uur en dat zal op dit WK niet anders zijn”. Ok – bedankt Phil, dat weten we dan ook weer.

Ciao!

Robert DousiPrognose def

Advertenties

Klimmen in Andalusië

Na een enerverende eerste Vuelta-week door de noordwestelijke regio Galicië is het peloton inmiddels aangekomen in Andalusië. De 800 jaar durende heerschappij van de Moren heeft in geen enkele regio zoveel sporen nagelaten als hier. Buiten de grote steden Sevilla, Córdoba, Granada en Jaén wordt het beeld van Andalusië verder bepaald door uitgestrekte landerijen en natuurreservaten: bijna 20% van de totale oppervlakte is beschermd natuurgebied.

kaartje spanje

De Nederlanders ‘Bau’ en ‘Lau’ hebben zich nog niet echt laten zien. Wel valt op dat Bauke Mollema er elke etappe alles aan doet om ‘kort’ te finishen. Volgens mij heeft hij zijn zinnen gezet op de groene trui van het puntenklassement, voorwaar geen kansloze missie met zijn ferme eindschot en al die aankomsten bergop. Leuke voetnoot: ik las vanochtend in de krant dat Mollema binnen zijn eigen Belkin-ploeg “Fernando” wordt genoemd. Hiermee wordt verwezen naar de Spaanse klimmer Fernando Escartin, de KELME-renner uit de jaren ’90, die dezelfde kromme rijstijl en opvallende neus heeft als onze landgenoot. Onderstaand een foto van die sluwe ouwe vos.

Fernando

De klassementstruien in het wielrennen hebben van jongs af aan een grote aantrekkingskracht op mij gehad. Elke ronde kent zijn eigen (kleur) truien. De ‘mailliot jaune’ van de leider in de Tour de France geldt wereldwijd als bekendste tricot. De klassementsleider van de Vuelta rijdt tegenwoordig niet in een gele- maar in de rode trui. De befaamde bolletjestrui uit de Tour kent sinds een paar jaar ook een Spaanse equivalent: de leider van het bergklassement van de Vuelta draagt echter een trui met blauwe bollen in plaats van de rode die we uit de Tour kennen.

De Vuelta kent ook een combinatie-klassement voor de beste allrounder, oftewel de renner met het minste aantal punten als zijn plek in de verschillende klassementen wordt opgeteld. De leider van dít klassement (momenteel: Nicholas Roche) draagt anno 2013 een oersaaie witte trui. Een gemiste kans, want de mooiste trui die een wielrenner kon dragen was onderstaand afgebeelde ‘lapjestrui’. Dit was de bijnaam voor de trui van de leider in het combinatie-klassement van de Tour. Toen ik een jaar of tien was, heb ik eens een wit poloshirt met stiften en verf proberen om te dopen tot zo’n lapjestrui voor mijzelf – ik vond mijzelf de ultieme allrounder – tot groot ongenoegen van mijn moeder die er geloof ik later wel om kon lachen.

Trui

In de komende dagen wordt duidelijk wie de absolute topvorm bezit om deze zware ronde op zijn naam te schrijven. Nibali is kansrijk. Hij heeft een ijzersterke ploeg en staat nu al eerste in het algemeen klassement. Horner en Roche staan momenteel op plek twee en drie maar zullen in het absolute hooggebergte te kort komen en hun podiumplaats gaan verliezen. Gegadigden om hun plek over te nemen zijn Valverde, Uran, Moreno, Kreuziger, Rodriguez en, wie weet, onze eigen Ten Dam en Mollema. Samuel Sanchez en Wout Poels faalden zondag bij de eerste gelegenheid en gaan vanaf nu voor een dagzege.

Vandaag ligt de finish op een niet eerder in de Vuelta opgenomen berg: de klim naar Peñas Blancas. Vanaf de kust van de Middellandse Zee loopt de weg in Estepona omhoog naar het Bermeja massief. Qua steilheid valt deze berg relatief mee (gemiddeld 7%) maar door de lengte van de klim (16 kilometer!) zal het peloton ongetwijfeld uiteen worden gescheurd waarna een klein groepje om de dagprijs zal strijden. Morgen staat een heuvelachtige etappe op het programma waarin vluchters een goede kans hebben om weg te blijven. En voor de rustdag op dinsdag valt er op maandag nog het nodige vuurwerk te verwachten met twee loodzware beklimmingen in de finale: de Monachil en de Haza Llana, respectievelijk cols van eerste -, en buitencategorie. Ik heb er weer zin in!

Wat eten we dit weekend? Na drie vakantieweken in Spanje met overdadige lunches, diners en bacchanalen tot in de kleine uurtjes is het nu tijd voor een licht en fris gerecht uit de streek: Gazpacho Andaluz!

Gazpacho

http://www.saveur.com/article/Recipes/Gazpacho-Andaluz

Het aperitiefje van vandaag kan natuurlijk alleen maar sherry zijn. Zojuist zijn de renners namelijk uit Jerez de la Frontera vertrokken, de thuishaven van dit edele drankje. De Arabische naam voor de stad Jerez is Xeris, uitgesproken als [sjerriesj], dat later door de Engelsen werd verbasterd tot sherry. In het jaar 1587 deed Sir Francis Drake een inval in Cádiz, waarbij hij 2.900 vaten sherry meegenomen zou hebben, die in de haven lagen opgeslagen voor de Spaanse armada. Van toen af aan verscheepten Britse zeelieden regelmatig sherry vanuit Jerez de la Frontera naar hun homeland, waar de drank mateloos populair werd en nu nog is.

Sherry

Ik sluit deze weblog af met een citaat van ridder Fallstaf uit Shakespeare’s tragedie Hendrik IV: “als ik duizend zonen had, zou ik hen voorhouden, als het hoogste menselijke gebod, waterige dranken af te zweren en zich te laven aan sherry”. Zij liever dan ik, zo lekker vind ik sherry zelf niet, maar af en toe moet je door de zure appel heenbijten om de ziel van een streek te kunnen doorgronden, nietwaar?

Hasta pronto!

Robert Dousi

Paris by night

De Tour de France 2013 zit er bijna op. Ik heb genoten.

Als je de Top- 10 en de truienwinnaars bekijkt, zou je denken dat er weinig verrassends is gebeurd. Maar wat hebben we een geweldige Tour gezien. Machtige sprints tussen De Grote Vier, de spectaculaire ploegentijdrit, geweldige etappes in de bergen met vele aanvallen, de waaieretappe in het hart van Frankrijk…… het kon niet op. Het opvallende feit dat alle renners goede èn slechte dagen hadden, is een signaal dat de sport schoner aan het worden is. Andere heuglijke conclusie: Nederland telt weer mee als wielernatie.

Bau en Lau

Vrijwel alle Nederlanders hebben aangevallen. Zo vulden Boom, Terpstra, Westra, Poels, Hoogerland en Gesink onze harten met hoop. Mollema en Ten Dam reden in de bergen met de allerbesten mee en de pas 22-jarige Tom Dumoulin heeft zich geweldig laten zien. Deze man gaat grote koersen winnen, let maar op. Voeg daar aan toe dat twee van ’s lands grootste talenten (Kelderman en Slagter) niet eens meededen aan de Tour 2013 en de toekomst ziet er voor ons Hollanders zeer rooskleurig uit.

Het Franse Bureau voor Toerisme hoeft de komende decennia geen euro aan promotie uit te geven. Miljarden mensen hebben met stijgende bewondering naar de helikopterbeelden boven Frankrijk gekeken. Van de Corsicaanse kust, de Provence, de Pyreneeën, Bretagne/ Normandië, het Franse platteland, Mont Ventoux, de bergmeren en de Alpen zelf. Kroon op deze 100ste ereronde door Frankrijk is de etappe van vandaag met start in Versailles en finish in Parijs. Om de bijnaam van de Franse hoofdstad (La Ville Lumière) te onderstrepen, wordt de etappe niet overdag maar in de avond verreden. De finish wordt iets voor tienen verwacht. In tegenstelling tot wat we gewend zijn op de Champs Elysees, keren de renners vanavond niet ter hoogte van de Arc de Triomphe maar rijden er rondjes omheen. Alle gebouwen zijn vanavond natuurlijk schitterend uitgelicht, dat kun je wel aan die Franse haantjes overlaten.

Arc de Triomphe

Het is al weer ruim 20 jaar (!) geleden dat ik voor het laatst in Parijs was, een bezoek aan Euro Disney met vrouw en zoonlief in 2010 niet meegeteld – dat kun je nauwelijks Parijs noemen. In oktober 1992 werd mijn vader 50 jaar. Hij wilde dat vieren met het hele gezin in zijn lievelingsstad. In één weekend werden aangedaan: de Notre Dame, Eiffeltoren, Centre Pompidou, Sacre Coeur/ Montmartre en het Louvre. Een prestatie op zich.

Ik hou van Frankrijk, dat mag inmiddels bekend zijn. Maar vreemd genoeg heb ik niks met Parijs. En dat is niet alleen vanwege het dramatische verkeer of de vele Fransen die er wonen, de belangrijkste twee redenen die een Nederlander normaal opgeeft om de stad te mijden. Voor mij is Parijs gewoon te groot. Er is simpelweg teveel te doen en te zien. Alleen het Louvre al, zoveel moois in zo weinig tijd. Ik word daar onrustig van met als resultaat dat ik nergens echt van kan genieten in Parijs. Zet mij daarentegen in een willekeurig Frans dorp of middelgrote plaats en ik voel me de koning te rijk. Een dorpsplein met een Boulangerie, Patisserie en Charcuterie. Een Hotel de la Poste. De Gendarmerie naast het Hotel de Ville. Een Bar-Tabac. En dan op zoek naar een terras, als het even kan overschaduwd door platanen. Dan ben ik gelukkig. Enfin. Misschien moet ik Parijs nog ’s een kans geven. Het zal er vast wel nog eens van komen. Op veler verzoek nog twee foto’s uit het familiealbum. Mijn liefde voor de Tour zat er al vroeg in. De foto is gemaakt eind juli 1980, zes jaar was ik hier. Joop Zoetemelk had net de Tour de France gewonnen en ik zou rond de milleniumwisseling de volgende Nederlander zijn – dat stond vast.

Robert fiets beide

Als Mark Cavendish vanavond wint, is het zijn 5e zegen op rij in Parijs, een ongekend unicum. De ploegen van Argos-Shimano (Kittel), Lotto-Belisol (Greipel) en Cannondale (Sagan) gaan er alles aan doen dit te voorkomen. Ik hoop uiteraard, tegen beter weten in, dat het een Nederlander lukt om met één finale jump nèt uit de greep van het peloton te blijven. Go Niki Terpstra, Lars Boom of Tom Dumoulin!

Wat eten we op de laatste Tourdag? Niks.

Als ik me bedenk dat de Tour vanavond is afgelopen, word ik op slag depressief. Ik krijg waarschijnlijk toch geen hap door mijn keel van ellende. Bovendien wil ik voor het donker in hogere sferen zijn om niet te hoeven denken aan De Verschrikkelijke Leegte die me de komende dagen te wachten staat. En dan kun je het beste doen met bubbels op een nuchtere maag. Met Prosecco en Cava is absoluut niks mis, maar voor de Koningsprint in een prachtig uitgelicht ‘Paris by Night’ trekken we natuurlijk een echte fles Champagne open.

champagne

Santé et au revoir!

Robert Dousi

PS: ontzettend bedankt voor de honderden leuke reacties die ik op mijn weblog heb mogen ontvangen: telefonisch, per mail, sms, whatsapp, facebook en twitter: het hield niet op. Ik heb de twaalf weblogs over de Tour 2013, de omgeving, eigen herinneringen en foto’s en de wijn-spijs combinaties uit de streek met heel veel plezier gemaakt.
Op naar de volgende ronde: La Vuelta d’Espagna, 24 aug – 15 sept. Tot dan….?

De tijdrit in Normandië

Vandaag werd de massasprint in Bretagne gewonnen door de Duister Marcel Kittel met een super jump over zijn landgenoot André Greipel in de laatste 100 meter. Het was zijn tweede etappezege deze Tour; hij won eerder al de openingsrit in Bastia op Corsica.

Morgen staat de eerste individuele tijdrit (en français: ‘contre la montre’) op het programma. In de 100ste Tour mocht Frankrijks grootste toeristische attractie na de Eiffeltoren natuurlijk niet ontbreken: Mont-Saint Michel. De overgebleven 182 renners starten één voor één, om de paar minuten, vanuit Avranches en racen een rondje van 33 km door het departement Manche richting het fraaie, rotsachtige schiereiland.

Mont St Michel

Mont-Saint Michel heeft 43 inwoners en ligt 1 kilometer uit de kust bij de plaats Avranches in Normandië. Op Wikipedia lezen we dat de abdij van Mont-Saint Michel rond 700 werd gesticht door de heilige Aubert die op de toen nog door het bos omringde berg kwam bidden. Volgens de legende zou de Aartsengel Michaël verschenen zijn aan de monnik Aubert, die visioenen kreeg over een kerk op de rots. Michaël beval hem om op die plek een kerk op te richten en de monnik begon in het jaar 708 aan de kerk bouwen. Oorspronkelijk was het eiland dus een bergje in een bosrijk gebied dat dicht bij de kust lag en niet beschermd werd door duinen. Bij een vloedgolf werd het bos verwoest en een deel van de grond spoelde weg naar zee. In 1979 werd Mont Saint-Michel met abdijcomplex en de omliggende baai uitgeroepen tot werelderfgoed door de UNESCO. Daar zullen weinig mensen tegen geageerd hebben.

Goed, een individuele tijdrit dus, van Avranches naar Mont-Saint-Michel. De tijdritspecialisten onder de klassementsrenners (Froome, Kreuziger, Péraud, Evans) hopen deze dag een gevoelige tik uit te delen c.q. tijd terug te winnen op hun concurrenten in de Top 20. De (op papier) mindere goden op deze discipline (Mollema, Ten Dam, Rodriguez, Nieve) zullen er alles aan doen de schade te beperken. De overwinning gaat naar mijn verwachting naar de Duitse wereldkampioen tijdrijden: Tony Martin.

Tony Martin

Naast de genoemde klassementsrenners verwacht ik ook veel van de hardrijders Chavanel, Malori en Castroviejo. En eigenlijk alles wat native english spreekt, rijdt een uitstekende tijdrit -of het nou Canada (Tuft), USA (Talansky), Australië (Meyer), Nieuw-Zeeland (Porte) of Groot- Brittanië (Millar) is. Heeft Nederland nog goede tijdrijders? Jazeker! Niki Terpstra en Liewe Westra mikken op een plek bij de beste tien. We gaan het meemaken. Hoe dan ook: mooie discipline, schitterende plaatjes, spannende man-tegen-man wedstrijd. Ik heb er weer zin!

Wat eten we? Crêpes Normandes, in plat Nederlands: pannenkoekies met appel en ijs.

crepes normandes

Het recept staat te lezen op onderstaande link.

http://eten-en-drinken.infonu.nl/recepten/93065-franse-klassiekers-crepe-normande.html

En wat drinken we erbij? “De eerste pannenkoeken zijn voor de kinderen”, zeg ik altijd. Daarom gewoon een 1.5 liter fles Evian op tafel bij de crêpes. Maar als de kids naar bed zijn, ploffen we in onze leren fauteuil waar we gaan genieten van een lekker glaasje calvados (eentje Thomas, geen halve fles!). Calvados is een op cognac gelijkende sterk alcoholische drank, verkregen door het tot tweemaal toe destilleren van appelcider. Dit resulteert in een destillaat met een alcoholpercentage van ca. 70%. Hierna volgt een rijping op eikenhouten vaten. Deze rijptijd kan variëren van 1 tot 5 jaar. Tijdens het rijpingsproces verliest het destillaat een deel van zijn alcohol. Voordat de calvados verkocht wordt, wordt hij met een weinig karamel gekleurd, maar niet gezoet, zodat de droge smaak behouden blijft.

Calvados

Santé!

Robert Dousi

Adieu Corse, bonjour Cote d’Azur!

Na een bizarre finale in de openingsrit met de Duitser Kittel als winnaar van een gedecimeerd peloton, volgde zondag een even fraaie, als verrassende etappezege van de Belg Bakelants die op de streep 1 luttele seconde overhield om het aanstormende peloton te bedwingen. De laatste rit op Corsica vanmiddag lijkt een onmogelijke opgave voor ras-sprinters als Cavendish en Kittel. Of ‘heuvel’sprinters als Sagan en Rojas wel zonder kleerscheuren de laatste Col de Marsolino (2e categorie) overkomen, valt te betwijfelen. Als ook deze laatste categorie renners moet passen, kunnen we denken aan klassementsrenners die goed kunnen dalen en aankomen. Voorbeelden hiervan zijn de Spanjaarden Valverde en Rodriguez en onze landgenoot Bauke Mollema (jawel!). Tot slot zijn er nog een paar klassiekerspecialisten (Gilbert, Chavanel, Daniel Martin) die een kruisje achter deze etappe hebben gezet. Ik verheug me enorm op deze korte rit van Ajaccio naar Calvi (148 km ‘slechts’) niet in de laatste plaats vanwege het wederom schitterende landschap langs de westkust van Corsica.

Vanavond trekt de Tourkaravaan per vliegtuig en/of veerpont naar het Franse vaste land, Nice om precies te zijn. Het vliegende deel zal vlak voor de landing het gevoel hebben in zee te storten, de landingsbaan van Nice ligt namelijk als een uitgestrekte arm in de Middellandse Zee. Deze mondaine badplaats heb ik met mijn ouders en zus diverse keren aangedaan. Niet als eindbestemming, maar als laatste pleisterplaats op de vrijdag, voordat we op zaterdag een huurhuis aan de kust (of Corsica dus) betrokken. Naar een hotel hoefden we in Nice nooit te zoeken, die was al ruim voor vertrek uit Nederland door mijn moeder geboekt: het NOVOTEL, met zwembad. Bij het zeer uitgebreide ontbijtbuffet stonden kleine pakjes cornflakes en grote stukken watermeloen. Hier kon ik mij maanden van tevoren op verheugen, en dat deed ik dan ook! Op het plaatje hieronder een fragment uit ons fotoalbum, we schrijven juli 1982, met linksmidden een foto van ons gezin aan dat ontbijt.
Fotoboek corsica
Morgen wacht ons in Nice een in mijn ogen zeer aantrekkelijke etappe: de explosieve ploegentijdrit over 25km. De stress bij de wielrenners is hier enorm. Elk team bestaat uit negen renners, mits nog compleet. De tijd van de 5e renner die de finish passeert, geldt als eindtijd voor de ploeg in kwestie. ‘Appeltje-Eitje’ zou je denken, maar niets is minder waar. Het is zaak om als ploeg zo lang mogelijk bij elkaar te blijven en elkaar niet kapot te rijden, voorwaar geen eenvoudige opdracht. In het laatste kwart maakt het dan niet uit als er twee of drie afvallen maar er kunnen zich ook dan nog calamiteiten voordoen en zonder 5e man aan de finish ben je met de hele ploeg het haasje.
Ploeg OmegaPharmaQuickStep

Het team van OmegaPharma-QuickStep was vooraf mijn favoriet voor de ploegentijdrit mede door de aanwezigheid van de beste tijdrijder van de wereld: Tony Martin. Hij is echter gruwelijk gevallen afgelopen zaterdag en als je zijn medisch bulletin leest, is het onvoorstelbaar dat die man nog in koers is. Omega Pharma kan nog altijd winnen, maar ik neig nu toch meer naar Team SKY, Garmin-Sharp en Orica-Greenedge op het podium. We gaan het meemaken, ik ben zeer benieuwd. Het wordt in ieder geval een schitterend gezicht, al die mooie gekleurde treinen die tegen de 60 kilometer per uur over de met palmbomen bezaaide Promenade des Anglais, de befaamde kustweg van Nice, razen.

Over het eten kan morgen geen discussie bestaan: Salade Niçoise. Het gaat er alleen nog om welke wijn we erbij schenken. Er zijn wel 100 verschillende recepten van de Salade Nicoise. Het gaat uiteraard te ver ze allemaal op te noemen, zoek je eigen favoriet uit op internet. Zelf vind ik de klassieke variant van de Belgische chef Piet Huysentruyt een hele goede. Het recept staat te lezen op onderstaande link:

http://koken.vtm.be/recept/de-echte-salade-nicoise
Salade Nicoise

Als bijpassende wijn heb ik gekozen voor een in Nederland verkrijgbare Rosé uit de Provence: de elegante Caprice de Clementin. Hij is te koop bij Gall & Gall voor EUR 10.99. We slaan voor de zekerheid maar een hele doos in, die komt vast wel op nu de zomer in Nederland eindelijk zijn intrede lijkt te doen.

A bientôt!

Robert Dousi