Ermita Santa Lucia

Op 29 december 2003 heb ik mijn vriendin Marsha ten huwelijk gevraagd. Ik ging op mijn knieën voor Ermita Santa Lucia, een kerkje gelegen op een heuveltop boven het Spaanse dorp Alcossebre aan de Costa del Azahar. Godzijdank zei ze ‘Ja’. Komende november zijn we 12,5 jaar getrouwd.

De locatie van mijn aanzoek was niet toevallig gekozen. Mijn schoonouders wonen hemelsbreed 300 meter verderop. De as van de oma en opa van Marsha, de eerder gememoreerde Poolse tankcommandant Alfons Stucki, die in 1944 mede Breda bevrijdde, is hier uitgestrooid. Op de voorkant van onze huwelijksuitnodiging stond het kerkje afgebeeld. Onze namen staan sinds de dag van het aanzoek in de buitenmuur van het kerkje gekerfd.

uitnodiging

Vanwaar deze anekdote? De 5e etappe van de Vuelta 2017 finisht morgen, woensdag 23 augustus, bij Ermita Santa Lucia.

De letterlijke vertaling van ‘Ermita’ is kluizenaarshut. Internationaal is ‘Hermitage’ de meest gebruikte aanduiding. Een hermitage is een klooster met slechts één monnik (of zuster). De geestelijke in kwestie wordt ‘kluizenaar’, ‘heremiet’ of ‘anachoreet’ genoemd.

De naam ‘Lucia’ is afgeleid van het Latijnse lux (licht). Vanwege een legende over haar uitgestoken ogen is Santa Lucia patroonheilige van de blinden. Op Wikipedia las ik tot mijn verrassing dat Santa Lucia tevens de beschermheilige is van elektriciens en prostituees. Dat is maar goed ook, want beide beroepsgroepen zijn goed vertegenwoordigd langs de beruchte autoweg N340 die vanaf de Ermita te zien is.

Santa Lucia

De etappe van woensdag start in de badplaats Benicassím, sinds de 19e eeuw een vakantieoord voor fortuinlijke Spanjaarden uit de grote steden Valencia, Castellon en zelfs Madrid. Statige villa’s aan de boulevard herinneren aan deze glorietijd. Mijn zoontje zal het worst wezen; hij kent Benicassim vooral en alleen van het beroemde Aquarama, een doldwaas waterpark met (voor ondergetekende te) gevaarlijke glijbanen.

De finishplaats Alcossebre, ook wel gespeld als ‘Alcoceber’ of ‘Alcocebre’, ligt 35 kilometer noordwaarts aan de kust. Dat is te kort voor een reguliere etappe en dus neemt het peloton een fikse omweg door bergachtig gebied om de 175 kilometers van de rit te vervolmaken. Onderweg doorkruisen de renners talloze plantages, met naast citroenen, artisjokken en olijven vooral onvoorstelbaar veel sinaasappels en mandarijnen. De Costa del Azahar wordt om die reden ook wel de ‘Oranjebloesemkust’ genoemd.

sinaasappelplantage

Het peloton moet voor de slotklim naar de Ermita boven Alcossebre eerst vier hindernissen van 2e- en 3e categorie trotseren: de Alto del Desierto de las Palmas, de Alto de Cabanes, de Coll de la Bandereta en de Alto de la Serratella. Veel Spaanser dan dit worden Vuelta-etappes niet: het is de hele middag werkelijk geen meter vlak. Michel Wuyts (Sporza) duidde ‘Etappe 5’ afgelopen weekend treffend: ‘het hinterland van de Costa’s’. En zo is het.

Etappe

Voordat de renners aan de finale naar Ermita Santa Lucia beginnen, passeert de Vuelta-karavaan eerst nog het oude Spaanse plaatsje Alcala de Xivert. In het stadje zelf zijn diverse mooie kerkjes en oude gebouwen te bewonderen. Toeristen komen vooral voor het aan de andere kant van de snelweg gelegen Castello de Xivert. Dit ruige fort markeert de top van een bergkam aan de zuidkant van natuurpark Serra d’Irta. In 2004 waren mijn ouders op bezoek bij mijn schoonouders en bestegen wij en groupe dit eeuwenoude bouwwerk.

Castello de Xivert

De Spaanse TV-helikopters moeten vooral niet te lang om dit kasteel blijven cirkelen. Anders missen ze de mooie boulevard met palmbomen, de witte vuurtoren en het ertussen gelegen haventje van Alcossebre. Stuk voor stuk plekken die ik na 25 bezoeken in 16 jaren als mijn broekzak ken. Mocht de regisseur ervoor kiezen om het peloton vanaf de zuidoostkant te filmen bij het binnenrijden van Alcossebre, zien we ook nog de vele strandjes zoals Playa Tropicana, Playa Romana, Playa del Carregador en Las Fuentes.

Wanneer de einduitslag van de etappe op beeld wordt geprojecteerd, draait de helikopter vast en zeker om de Ermita heen. Onderstaand het kerkje van de achterkant, links is het laatste (dalende) stuk van het geasfalteerde kluizenaarspad, in de verte de kustlijn van Alcossebre. Eind juli waren we er nog tien dagen en ik heb nu alweer heimwee. Het is er echt goed toeven.

Santa Lucia uitzicht

Voor we aan de Spaanse culinaria toekomen, moet ik nog iets kwijt over de slotklim. Ik vermoed dat de chauvinistische Spanjaarden opzettelijk verkeerde informatie met ons delen. Het is op z’n zachtst gezegd vaag gemaakt wat nu eigenlijk het maximale stijgingspercentage naar de Ermita is. Zoals de klim nu wordt aangeduid (3.8 kilometer lang/ gemiddeld 8.7%), zou een machtsprinter kunnen denken dat ie met goede benen een kans maakt. Neem van mij aan: dat gaat ze in de verste verte niet lukken. Er zit een namelijk een afdaling in de klim, omhoog is het altijd meer dan 10%.

In diverse voorbeschouwingen van tijdschriften en collega-bloggers lees ik “maximale stijgingspercentages” naar de Ermita van 16%. Nou, het moet dus zijn: 18% – en dan niet één keer, maar drie keer. Weet ook dat die 18% een gemiddelde is over een paar honderd meter. Bijvoorbeeld (zie plaatje hieronder): in het tweede paarse stuk à 18% zit een linksdraaiende haarspelbocht onder de bomen verscholen die de 20% ruimschoots overstijgt.

Etappe hoogte

Om kort te gaan: ik hoop dat een kopgroep met minimaal één Nederlander het tot het eind gaat redden. Maar ik verwacht dat de usual suspects van het algemeen klassement komen bovendrijven en samen met een aantal ‘springveren’ om de dagzege gaan strijden. Mijn favoriet voor de Ermita-etappe was tot vanmiddag de Italiaan Domenico Pozzovivo. Hij viel echter in de slotfase van de rit naar Tarragona, net als de Spaanse outsider Dani Moreno. Het is even afwachten hoe deze twee zich morgen voelen.

Pozovivvo

Wat eten we op weg naar Ermita Santa Lucia?

Vlak voor de finishlijn ligt restaurant El Pinar, een Spaanse eetgelegenheid met een schitterend uitzicht over de kustlijn van Alcossebre. Even opgezocht in het familiearchief: Marsha en ik aten er voor het laatst in juli 2013, het betrof een lunch voor mijn 39e verjaardag. Gazpacho vooraf, Lenguado a la Plancha (zeetong van de plaat) en mijn favoriete klassieker: Crema Catalana als dessert (noem dat laatste hier vooral geen crème brulee!)

Eten el Pinar

Wat dronken we erbij?

De jarige job nam een gin-tonica als aperitief. En bij de vis ongetwijfeld witte wijn, maar ik kan me het etiket niet herinneren en ons fotoboek biedt dit keer helaas ook geen uitkomst.

En dus heb ik deze keer als wijntip gekozen voor een goed in Nederland verkrijgbare Spaanse wijn, een persoonlijke favoriet van mijn vrouw Marsha bovendien: VinaSol 2015 van wijnhuis Torres. Een frisse, fruitige wijn gemaakt van garnacha blanca en parellada. Zowel bij Albert Heijn als Gall & Gall in de schappen te vinden à EUR 7,99 de fles.

El Pinar en Vina Sol

Salut y Adios, amigos!

Robert Dousi

PS1: ik zie het kerkje van Ermita Santa Lucia elke dag. Mijn schoonmoeder schilderde het voor ons en het hangt al jaren in onze slaapkamer.

Schilderij

PS2: het promofilmpje van deze voor ons bijzondere etappe staat online, check it out!

https://vimeo.com/228943070

Advertenties