Le Col d’Izoard

Tijdens het ‘interbellum’ tussen Tour de France en Vuelta à Espagna is het voor koersvolgers sprokkelen geblazen. Verstokte wielerfans kwamen de afgelopen weken maar ternauwernood aan hun trekken met de Classica San Sebastian en een paar kleinere etappekoersen in Noordwest-Europa. De familie Dousi maakte van de gelegenheid gebruik om er zelf even tussenuit te piepen en wel naar het departement Haut-Alpes in de Franse regio Provence-Alpes-Cote d’Azur.

Onze vakantiebestemming was een gemoedelijke camping genaamd ‘Les Airelles’, gelegen even buiten Baratier, een dorpje aan de flanken van de klim naar skioord Les Orres. Iets verder naar beneden ligt de bekendere plaats Embrun, “het Nice van de Alpen”, wat op haar beurt aan het majestueuze stuwmeer van Serre-Ponçon grenst.

Lac Serre Poncon

Op ‘Les Airelles’ stond ook de 47-jarige Utrechter Eimert-Jan Slob met zijn gezin, verder dit stuk te noemen: “E-J”. Hij is een ervaren fietser met klimkwaliteiten en nodigde me uit om samen met hem de Col d’Izoard te bedwingen. Ik paste beleefd. Daags ervoor had ik namelijk een racefiets bij de plaatselijke Intersport gehuurd. Het valse plat langs de rivier La Durance had mij al dusdanig veel moeite gekost dat een 2000+ col een gegarandeerde Tantaluskwelling zou worden.

Omdat ik in 2016 wel hogere bergtoppen ga bedwingen, leek het mij wel verstandig om wat ervaring in de Hautes Alpes op te doen. We kwamen overeen dat ik als E-J’s begeleider mee zou gaan in mijn auto. Deze kon ik dan kon volstouwen met water, bidons, gels, reserveband, verrekijker en camera’s.

Zo gezegd, zo gedaan. Op woensdagochtend 5 augustus meldde mijn ‘kopman’ zich zoals afgesproken om 07.30 uur bij het chaletje van zijn ‘ploegleider’.

Chalet 10 Les Airelles

Met E-J’s racefiets achterin de auto reden we de D40 af. Onderaan, bij de kamikaze-rotonde van Embrun, sloegen we rechtsaf de N94 op richting Briançon. Ter hoogte van Mont Dauphin wederom rechtsaf richting Guillestre, waar ik de auto op aanwijzen van E-J in het centrum parkeerde.

E-J had mij onderweg verteld dat hij slecht had geslapen èn last had van zijn kuit. Uit ervaring weet ik dat het juist goed nieuws is als een wielrenner vooraf klaagt over zijn materiaal en/of vermeende fysieke malheur. Toen hij vlak voor zijn vertrek ook nog aangaf “eigenlijk heel nodig naar het toilet te moeten”, wist ik genoeg: de man heeft goede benen vandaag. Onderstaande foto maakte ik vlak voor E-J’s vertrek vanuit Guillestre naar de top van de Col d’Izoard.

EJ voor vertrek Guillestre

De Col d’Izoard is een bergpas in het Parc Naturel Régional du Queyras die van twee kanten beklommen kan worden. De noordkant vanuit Briançon of de zuidkant vanuit Guillestre. Laatstgenoemde variant is steiler maar minder lang. Hoewel….mijn opmerking dat de Izoard van ‘onze’ kant maar een kleine 15 kilometer was, werd door E-J gedecideerd van de hand gewezen. Voor puristen start de echte klim al in Guillestre zelf en is vanaf hier ruim 33,3 kilometer naar de top. De echte zware stijgingspercentages zitten hoe dan ook in het tweede deel van de beklimming.

Col d'Izoard

Nadat ik mijn eigen ontbijt met één croissantje in Guillestre had afgedaan, zette ik koers richting de D902. Al vrij snel reed ik door een betoverend mooi landschap: de Gorges du Guil. Ik bleek hier de enige automobilist te zijn die zich zorgen maakte dat er nauwelijks ruimte was om met één auto te rijden, laat staan dat twee auto’s elkaar konden passeren.

Het summum was een uit de rotsen gehakte tunnel die “under construction” was zonder dat de Fransen het nodig vonden hem hiervoor tijdelijk af te sluiten. Om een idee te krijgen van dit stukje weg, verwijs ik graag naar onderstaand filmpje dat ik op internet vond.

https://www.youtube.com/watch?v=QrxevvD_70c

Weg Col D'Izoard

Met een verhoogde hartslag kwam ik de tunnels uiteindelijk zonder blikschade door. Net toen ik me zorgen begon te maken dat ik E-J nog altijd niet had ingehaald, zag ik hem ter hoogte van de Barrage Pont-La-Pierre fietsen. Met zijn lange lijf en zijn celeste Bianchi-shirt met Italiaanse kampioenstrepen was hij gemakkelijk te herkennen tussen een cohort mediterrane klimgeiten.

Ik toeterde bij het voorbijrijden en E-J stak zijn hand op. Een belangrijk moment voor beiden, want kopman & ploegleider waren vanaf nu ‘connected’. Het serieuze klimwerk kon nu beginnen.

Bord Col d'Izoard

Nadat ik E-J op een steil recht stuk voor de tweede keer van een verse bidon had voorzien, besloot ik dat de ploegleider wel een kopje koffie had verdiend. Eerst kocht ik nog wat wielrensouvenirs in het pittoreske dorpje Arvieux: een kentekenplaatje met Alpes dus Sud erop en een pluchen marmot, de mascotte van deze contreien. Tussen de gehuchten La Chalp en Brunissard streek ik neer op het zonovergoten terras van Bar-Restaurant Cote Piste, pal aan de weg waar E-J een kwartier later zou passeren.

Côté Piste

Tijdens het voorbij gaan had E-J me triomfantelijk toegeroepen dat “het nog nooit zo goed was gegaan”. Ik stak mijn duim omhoog maar toen hij voorbij was, fronste ik direct mijn wenkbrauwen. Dergelijke uitingen zijn meestal een slecht voorteken voor een wielrenner. Hoogmoed komt voor de val, dacht ik. Mijn zorg werd versterkt toen ik het bos in reed. God man, wat was het steil hier. Zelfs met de auto waren de diverse haarspeldbochten hier geen sinecure. Op 3 kilometer van de top zette ik de auto weer langs de kant in de wetenschap dat er een korte daling zou volgen waar E-J even op adem kon komen.

Col d'Izoard afstand

Voor de laatste loodjes naar de top had ik een verrassing voor E-J in petto. Van profwielrenners weet ik dat niets lekkerder is dan een blikje cola in de finale. Omdat E-J geheid buiten adem zou zijn na het loeizware bos -en dus maximaal één teug zou kunnen absorberen- schonk ik 2/3 van het blikje Coca-Cola behoedzaam in een plastic beker die ik zelf opdronk. Ik zorgde ervoor dat de resterende cola voor E-J niet te warm en niet te koud was. Het was immers het laatste wat ik voor hem kon doen tot de top en aan de ploegleider mocht het sowieso niet liggen.

Coca Cola

Eindelijk zag ik in de verte een wit-groen stipje opdoemen. Godzijdank, hij had het gered. Langs een hoge rotswand stond ik klaar om een zielig hoopje mens op te vangen, maar in plaats daarvan gebeurde er twee dingen die ik totaal niet had verwacht. Allereerst kwam E-J bijzonder fris en opgewekt langs, dus allesbehalve buiten adem of naar de kloten. Ten tweede wuifde hij laconiek mijn colaatje weg (“niet nodig joh”) waarna de vogel weer gevlogen was.

Licht teleurgesteld over mijn mislukte verrassing, besloot ik de ontluikende sterallures van E-J te negeren. Niet in de laatste plaats omdat ik geen tijd had om er langer bij stil te staan als ik de top eerder wilde bereiken dan hij. Na een laatste verbale aansporing door het autoraampje, sjeesde ik E-J voorbij naar de top van de Col d’Izoard om zijn finish op videocamera vast te leggen. Op onderstaande foto is E-J juist begonnen aan het laatste, steile stuk.

EJ op laatste steile stuk

“Het eindpunt kan nooit zo interessant zijn als de weg ernaartoe”, aldus een oude Zen-wijsheid. Als het gaat om de beklimming van de Col d’Izoard, is dit gezegde volkomen op zijn plaats. Vooraf had ik een desolate plek verwacht met een oorverdovende stilte en wellicht wat mystieke mist als bonus. Niets van dat alles. Het was er een drukte van jewelste. Tien auto’s, twintig motoren en zeker vijftig wielrenners met aanhang verdrongen zich om de obelisk die de top van de Col d’Izoard markeert. De souvenirwinkeltjes op de top konden mij ook al niet bekoren. Het deed eerlijk gezegd wat afbreuk aan het avontuur van de voorbije twee uren. Snel een foto maken en niet te lang blijven dus.

EJ aangekomen op Col d'Izoard

Na een high five en een gebroederlijke omhelzing, wees E-J de weg naar een uitspanning even voorbij de top. De Refuge Napoleon is een tijdloos etablissement waar het net zo goed 1843 als 2015 kan zijn. Alleen al deze zaak is de bestijging van de Izoard waard. We namen ons beider belevenissen door onder het genot van een Tarte Fruits Rouges. Na wat koffie en thee gingen onze wegen weer uiteen.

Refuge Napoleon

E-J zou de 50 kilometer terugfietsen naar Les Airelles en ik zou me aan het begin van de middag bij mijn gezin voegen voor een lunch aan (en duik in) het meer van Serre-Ponçon. In de ziedende afzink terug naar Guillestre wilde ik nog een foto maken van het monument van wielerlegendes Fausto Coppi en Louison Bobet, maar een bende op hol geslagen Kawasaki’s zat zo dicht op mijn bumper dat ik geen kans zag te stoppen. Het deed mij deugd ’s avonds te vernemen dat E-J daar wel tijdig in de remmen had geknepen met deze selfie als gevolg.

Fausto Coppi Bobet

Toen ik na een uur racen terugkwam op de camping om vrouw en kids op te halen, was ik licht in het hoofd. Weinig gegeten, veel indrukken, omhoog en omlaag in korte tijd en 37 graden bovendien. Ik ging ervan uit dat het strandje van Les Eaux Douces aan het Meer van Serre-Ponçon mij de benodigde rust en verkoeling zou brengen, maar het tegenovergestelde was het geval. Eenmaal daar begon ik hevig te transpireren en werd ik misselijk en duizelig. Naar verluidt werd ik spierwit en mijn zicht begon te vertroebelen.

Stomtoevallig was er net een ambulance voorgereden voor een oudere vrouw die was bevangen door de hitte. De broeders werden geattendeerd op mijn persoon en voor ik het wist kreeg ik een lift naar het ziekenhuis van Embrun. Lang verhaal kort: mijn bloeddruk, hartslag en suikerspiegel bleken na een ‘vasovagale syncope’ inmiddels weer helemaal in orde. Ik mocht weer gaan.

ambulance

Mijn vrouw Marsha was tot dan toe vooral heel erg bezorgd geweest en had al die tijd liefkozend aan mijn zijde gezeten. Maar pal na mijn ontslag uit het ziekenhuis, werd ik opeens totaal anders door haar bejegend. Terwijl ze me een ferme duw gaf, fulmineerde ze:

“Verdomme, jij ook altijd met je drukke gedoe – doe dan toch ook eens rustig aan, klootzak!”

(ik zweeg wijselijk, knikte en dacht: ze houdt nog van me)

Onderweg terug naar Les Airelles was ik er zeker van dat hoongelach vanuit de Nederlandse enclave mij ten deel zou vallen. ‘De ploegleider’ kon zelfs met een AUTO geen berg op en af! Maar niets van dat. De kinderen hadden door de kordate opvang van onze vrienden Dirkjan & Claire niet eens gemerkt dat we weg waren. En eenmaal onder de volwassenen vielen mij louter bezorgde gezichten en bemoedigende schouderklopjes ten deel. Ik liet mij de aandacht welgevallen, deed de rest van de middag rustig aan en doezelde ’s avonds prinsheerlijk in slaap.

Enfin, het was me een dagje wel. Het ziekenhuisbezoek ben ik eigenlijk alweer vergeten maar het mooie Izoard avontuur met E-J zeker niet. Volgend jaar weer, maar dan zèlf met de racefiets op en af. Wat een fenomenale omgeving is dit!

Col d'Izoard weg

Wat aten we op vakantie?

Ik ben getrouwd met een vrouw die koken als ontspanning ervaart. Zeker op vakantie is dat een niet te onderschatten heerlijkheid. Vrijwel elke middag serveerde Marsha een heerlijke salade op onze schaduwrijke veranda. Elke dag een andere variant bovendien en omdat ik niet kan kiezen welke nou het lekkerst was, heb ik er onderstaand drie afgebeeld.

Links een salade niçoise met o.a. tonijn en haricots verts, in het midden een salade met geitenkaas, uitgebakken spekjes en peer en rechts een salade met gerookte zalm, ei, cornichons en rode ui. Pick your own favourite! (recepten op aanvraag verkrijgbaar).

salades

Wat dronken we bij de salades?

Steevast een glas rosé uit de onze geliefde Provence en een fles Evian uit de Alpen (soms omgekeerd :)). En omdat beiden goed verkrijgbaar zijn in Nederland, kunnen we het zalige vakantiegevoel nog even vasthouden….

Rosé Evian

Bonne journée tout le monde et a bien tot!

Robert Dousi

@robertdousi

Advertenties